|
DEPDC is een gemeenschapsgerichte niet overheidsorganisatie die volledige accommodatie en een opleiding biedt aan kinderen, met als doel te voorkomen dat deze kinderen worden verhandeld om te werken in de sex industrie of andere uitbatende kinderarbeid situaties. DEPDC is een onafhankelijke organisatie zonder religieuze of politieke banden. Om het werk van DEPDC voort te zetten is zij afhankelijk van giften.
DEPDC is opgericht in 1989 en heette toen DEP, Daughters Education Program (Dochters Educatie Programma). Sompop Jantraka, een Thaise man en Michicho Inagaki, een Japanse vrouw, deden onderzoek naar de handel in sex in Thailand. Ze kwamen tot de conclusie dat de meeste meisjes die de zesde klas hadden afgerond gevaar liepen om als prostituees verkocht te worden en vervolgens naar Bangkok gestuurd te worden (officieel is het overigens verplicht om onderwijs te volgen tot de negende klas, maar de meerderheid stopt na de zesde).
Zij realiseerden zich dat deze meisjes geholpen kunnen worden door ze de mogelijkheid te geven om hun opleiding te vervolgen en af te ronden. Sompop richtte in 1989 DEP op. DEP bood toen accommodatie en een opleiding voor de eerste groep van 19 meisjes.
Bewijs laat zien dat hoe langer een meisje op school blijft, hoe groter de kans dat ze uit sex gerelateerde banen zal blijven. Opleiding wordt gezien als een van de beste strategieen om het probleem van prostitutie en mensenhandel tegen te gaan en hiermee de kwetsbaarheid van de meisjes.
Kinderen die dagelijks naar school gaan kunnen niet ook een volledige baan hebben. En als ze studeren verlaten ze hun woonplaats niet om in de sex business te gaan werken. Beter opgeleide meisjes (en jongens) lopen een veel kleinere kans om door de knieen te gaan voor de beloften gedaan door handelaars.
Toen DEP begon uit te breiden en de activiteiten breder werden, werd in 1996 DEPDC opgericht- Development and Education Programme for Daughters and Communities (letterlijk vertaald Ontwikkeling en Opleiding Programma voor Dochters en Gemeenschappen). DEP is blijven bestaan als onderdeel van het grotere DEPDC.
In de loop van tijd is het werk van DEPDC verder uitgegroeid en bevat nu ook een basis schoolopleiding, basis beroepsopleiding, een Centrum ter bescherming van de rechten van het kind, en DEPDC helpt bij het naar het thuisland terugkeren door voormalig sex-werkers en doet onderzoek naar de situatie van de kinderen in de gemeenschappen en geeft rechtsbijstand.
In de toekomst zal DEPDC ook gaan werken aan meerdere grensoverschrijdende projecten, gericht op het voorkomen van mensenhandel en kind- en kinderrechten beschermende projecten. DEPDC werkt hieraan met andere landen in de Mekong-regio, waaronder Laos, Birma en de Yunnan Provincie van China.
De doelen van DEPDC zijn als volgt te omschrijven:
- Tegengaan van handel in kinderen en volwassenen voor de sex-industrie
- Redden van en zorgen voor misbruikte kinderen
- Voorkomen dat kinderen gedwongen in de sex industrie of andere uitbatende kinderarbeid situaties moeten werken
- Zorgen voor educatie voor achtergestelde kinderen en kinderen uit arme en gebroken gezinnen
- De mogelijkheden voor de algemene ontwikkeling van kinderen verbeteren en de kinderen helpen om basisvaardigheden op te doen
- Gezinnen, families en gemeenschappen helpen hun situatie te verbeteren
- Werken aan de ontwikkeling van gemeenschappen en het uitwisselen van informatie door gebruik te maken van een groot netwerk
- Ondersteunen en begeleiden van voormalig sex-werkers die terug willen naar hun land van herkomst.
Sompop is opgegroeid in een arm gezin en na de scheiding van zijn ouders werd hij in de steek gelaten.Toen hij 15 jaar oud was ontmoette hij een Amerikaanse vrijwilliger die hem aanmoedigde zijn opleiding te vervolgen. Sompop ronde zijn opleiding Politicologie en Internationale relaties aan de Sociologie Faculteit van de Universiteit in Chiang Mai af. Het kostte hem 8 jaar om de studie af te maken omdat hij in deeltijd studeerde en daarnaast een baan had om in zijn eigen onderhoud te kunnen voorzien.
In april 2002 heeft de Asia-editie van TIME-magazine Sompop uitgeroepen tot een van de 25 Aziatische helden. Hij is ook genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede en hij is een Ashoka-fellow. In de loop der jaren hebben zowel DEPDC als Sompop veel prijzen ontvangen voor het gedane werk op het gebied van de Rechten- en Bescherming van het Kind en de strijd tegen mensenhandel.
DEPDC is gevestigd in de grensplaats Mae Sai, in de Chiang Rai provincie. Mae Sai ligt ongeveer 900 kilometer ten noorden van Bangkok en is de meest noordelijke plaats van Thailand. Mae Sai heeft ongeveer 50.000 inwoners en is gelegen aan de Ruak-rivier, tegenover de in Myanmar gelegen stad Tachilek.
In Doi Luang, op ongeveer een uur rijden van Mae Sai, is een tweede DEPDC-centrum gevestigd. Hier wonen 15 meisje die naar school gaan in de lokale scholen.
| Kinderen en personeelsleden |
|
|
Per dag helpt DEPDC meer dan 300 kinderen, inclusief de kinderen die in de centra wonen, de kinderen die naar het centrum komen voor hun basis- of beroepsopleiding en zij die thuis wonen maar voor hun opleiding financieel door DEPDC worden gesteund. De kinderen vertegenwoordigen 12 verschillende bergvolken (hilltribes). Het merendeel van hen heeft niet de Thaise nationaliteit. Vaak zijn ze niet in een ziekenhuis geboren, waardoor ze geen geboortecertificaat hebben en als gevolg daarvan ook geen identiteitskaart, die hen de Thaise nationaliteit geeft. Mensen zonder nationaliteit kunnen geen gebruik maken van sociale voorziening, gezondheidszorg, onderwijs, ze kunnen niet reizen (ook niet binnen Thailand) en kunnen geen gebruik maken van bankvoorzieningen. Met de hulp van DEPDC vragen alle kinderen zonder nationaliteit deze wel aan. Hoewel het soms tot tien jaar kan duren krijgen bijna alle kinderen via DEPDC uiteindelijk hun identiteitskaart.
Momenteel zijn er zon 40 vaste personeelsleden, 9 Thaise vrijwilligers en gemiddeld 4 tot 7 internationale vrijwilligers. Veel van de personeelsleden zijn voormalige DEPDC-dochters die terug zijn gekomen om de huidige dochters en zonen te helpen. Sommige personeelsleden hebben hun hogere beroepsopleidingen afgemaakt met de hulp en financiele steun van DEPDC.
Om haar werkzaamheden uit te kunnen voeren vertrouwd DEPDC op giften. In de loop der jaren is DEPDC financieel geholpen door meerdere internationale organisaties (waaronder UNICEF, Unesco, ILO, Asian Children Foundation, USAID, Co-Operaid), de ambassasades van verschillende landen in Thailand, andere kleinere organisaties en ook door individuele sponsors.
Binnen DEPDC lopen verschillende projecten, hieronder volgt een korte beschrijving.
DEP (Dochters Educatie Programma), het eerste DEPDC project, ondersteunt meisjes en jongens door hun schoolgeld te betalen, zodat ze een basis- en middelbare schoolopleiding kunnen volgen. DEPDC zorgt ook voor volledige accommodatie in het centrum in Mae Sai.Patak-school biedt dagopvang en een basisopleiding voor kinderen uit onder andere het dorp Patak, gelegen in de directe omgeving van het DEPDC-centrum in Mae Sai, die geen nationaliteit of identiteitspapieren hebben en daarom niet naar de overheidsscholen kunnen. De Patakschool biedt gratis onderwijs, en volgt daarvoor zoveel mogelijk het systeem van de Thaise overheid. Daarnaast krijgen de kinderen een gratis maaltijd per dag. Momenteel komen er dagelijks zon 150 kinderen naar deze school. Dit project wordt financieel volledig gesponsord door Co-Operaid Zwitserland.
Vocational Training (basis beroepsopleiding) leert de studenten naaien, handwerken, typen, Engels en andere vaardigheden die de mogelijkheden tot het vinden van een baan vergroten. Daarnaast gaan de studenten in het weekend naar een niet-overheids school. De training duurt 18 maanden en normaal gesproken zijn er zon 30 studenten per klas, voornamelijk meisjes. Dit project wordt gesponsord door Co-Operaid Zwitserland.
CPR Mae Sai (letterlijk: kinder(rechten)beschermingscentrum) biedt nood-opvang, waaronder aangifte van misbruik, onderzoek, reddingsoperaties, noodopvang, en rechtsbijstand voor vrouwen en kinderen. CPR biedt een 24-uurs service. Dit project wordt gesponsord door de Finse ambassade in Bangkok.
MRICRH (letterlijk: Mekong Regio Rechten van het Kind-huis voor inheemse volken) is gevestigd in Mae Salong, ongeveer een uur rijden vanaf DEPDC in Mae Sai. The MRICRH bestaat uit een Half Way Home (halverwege-huis) voor vrouwen en kinderen die uit de commerciele sex industrie zijn gered of ontsnapt en uit een CPR-center (kinder(rechten)beschermingscentrum) voor bergvolk-kinderen. Het Half Way Home biedt tijdelijke opvang voor vrouwen en kinderen die uit de sex-industrie zijn gered of ontsnapt, maar niet uit Thailand komen. Zij verblijven in Mae Salong tot ze terug kunnen naar hun oorspronkelijke land. Een team van adviseurs en social werkers, advocaten, docenten, dokters en verpleegsters zijn nauw bij het centrum betrokken om de vrouwen en kinderen zo goed mogelijk bij te staan.
Het CPR-centrum voor Bergvolk-kinderen is gebaseerd op de succesvolle aanpak van het centrum in Mae Sai. MRICRH wordt gesponsord door USAID met behulp van de Asia Foundation.
Er is een aantal projecten in de plannings-fase, waaronder het Mekong Youth Net Project (Mekong Jeugd Netwerk Project). In dit project worden jongeren uit verschillende landen in de Mekong-regio getraind tot Jeugdleiders, die samen kunnen netwerken tegen mensenhandel in de Mekong-regio. Jeugdleiders uit vier landen, Birma, Thailand, Laos en de Yunnan Provincie van China worden getrained om educatieprogrammas op te zetten en op die manier mensenhandel in hun eigen gemeenschappen tegen te gaan.
Het Community Development and Training Center (letterlijk: Centrum voor Gemeenschapsontwikkeling en Training) zal vaardigheidstrainingen, educatie op het gebied van mensenrechten en lees- en schrijfvaardigheidstrainingen opzetten voor niet-geregistreerde migranten en vluchtelingen die in de grensgebieden van Thailand en Myanmar leven. Het centrum staat open voor jongeren, maar ook voor hun ouders en andere volwassen gemeenschapsleden.
Childline Thailand zal een Nationale 24-uurs telefonische hulpdienst worden. Gebaseerd op de succesvolle aanpak van Childline India en vergelijkbaar met de Nederlandse Kindertelefoon. Probleem in Thailand zijn de verschillende talen die door de verschillende bevolkingsgroepen worden gesproken.
Voor deze laatste projecten is momenteel nog geen geld beschikbaar.
Vrijwilligers zijn welkom om bij DEPDC te komen werken. Een minimaal verblijf van ongeveer 6 maanden (en een taaltraining van 1 maand in bijv. Chiang Mai) worden noodzakelijk geacht. Dit omdat het veel tijd kost om de kinderen en de personeelsleden te leren kennen en om bekend te raken met de lokale cultuur en gewoonten. De meeste vrijwilligers werken in het kantoor en regelen daar de internationale communicatie, geven Engelse les aan de kinderen en stafleden, trainen de studenten van de Vocational Training School in naaien of andere handvaardigheden of werken op het land en trainen de kinderen en personeelsleden in organische landbouwwerkzaamheden. DEPDC staat open voor vrijwilligers met nieuwe ideeen of vaardigheden. Meer informatie en een sollicitatieformulier zijn te vinden op de Engelstalige website onder Volunteer. |